Wibo van Gennip


“Hoog èn groen, architectuur èn natuur” 

Interview met Wibo van Gennip, bewoner van het Baankwartier 

“Als er hoogbouw bijkomt dan moet er ook natuur bijkomen.” Wibo van Gennip, buurtbewoner, als zzp’er ook gedeeltelijk thuis werkend, voorzitter van een vereniging van eigenaren, vindt het Baankwartier prima zoals het er nu bij ligt, maar vindt het ook goed als het verandert. Als er maar evenwicht is tussen natuur en stenen.

Hij geeft mij een tekst die eerder is opgesteld door de Schiedamsedijk Alliantie en die de veelzeggende kop ‘KEI HOOG, KEI GROEN’ draagt. “Het gebied zou een groene oase moeten worden, want kei hoog vraagt om kei groen. Ik ben erg geboeid door New York. Ik ben er vaak geweest en wat mij daar de laatste jaren als ontwikkeling opvalt is hoe het goed mogelijk is om hoogbouw en stedelijkheid te combineren met groen en luwte. Groen en luw aan de randen van de hoogbouw, je ziet daar hoe dat goed te doen is, het versterkt elkaar. En niet zomaar groen. De Nederlandse tuin- en landschapsarchitect Piet Oudolf heeft daar met prachtige beplanting -die wisselend bloeit in de seizoenen- de natuur teruggebracht in de stad. In Rotterdam kennen we het werk van Oudolf overigens al van het nieuwe groen op het Leuvehoofd aan de voet van de Erasmusbrug.

Jawel, ik vind dat we Rotterdam op dit punt mogen vergelijken met New York en daarvan kunnen leren. Rotterdam is een wereldstad en de enige stad in Europa waarvan het centrum gekarakteriseerd wordt door hoogbouw. Dat is onze identiteit en laten we die identiteit koesteren en versterken.”

Wibo van Gennip, trainer & coach met als specialisme ‘minder-stress’, woont op de bovenste verdieping van het woon- en winkelblok aan de Schiedamsedijk. Wat mij bij binnenkomst van zijn woning als eerste opvalt is de kwaliteit van het daglicht: prachtig. Vanaf drie zijden komt daglicht de woning binnenvallen. Het interieur is fraai open gebroken tot één vloeiende ruimte. Die kwaliteit wordt benadrukt door enkele kunstwerken en zorgvuldig gekozen meubelen. Van Gennip benadrukt de relatie tussen binnen en buiten. Terwijl het huis is ingericht voor rust en concentratie (met bomen en groen op dak en balkons) straalt de omgeving hectiek uit. Hij maakt een vergelijking met Cool-Zuid: een buurt in de luwte van de hectiek in het stadscentrum. Zijn huis is een plek waar je je gelijk rustig voelt en waarin architectuur en groen elkaar versterken. Luwte in de drukte, zegt hij, hoe blijf je rustig in de hectiek van het alledaagse bestaan, dat is ook de kern van mijn aanpak, als coach, bij stressmanagement.

Het uitzicht leidt direct tot een gesprek over de veranderingen die de afgelopen decennia in het gebied hebben plaatsgevonden. Wibo van Gennip woont nu zeventien jaar op deze plek. De grootste verandering sinds die tijd? “Toen ik hier kwam wonen stond er -op een enkele toren na – eigenlijk alleen laagbouw om me heen. Nu kijk ik uit op de intensieve hoogbouw van het Wijnhaveneiland en op de Kop van Zuid. Ik vind het er steeds interessanter op worden, want naast de toenemende hoogbouw in het centrum van Rotterdam is het toch ruimtelijk gebleven.” Van Gennip is in deze buurt komen wonen nadat de ergste verloedering van de Witte de Withstraat was gekeerd. “Het scharnierpunt was de komst van Bazar. Nu is de Witte de Withstraat erg hip geworden, te hip voor mij en ik kom er nu veel minder. Maar de eettentjes zitten goed vol.”

“De Schiedamsedijk is een prachtige plek met het water van de Leuvehaven aan de oostkant en de woningen en winkels aan de westkant. Het water van de Leuvenhaven, een van de oudste havens van de stad, is een grote kwaliteit. Het is rustgevend, geeft ruimte. Hier ervaar je de essentie van Rotterdam: een dijk aan het water. De Schiedamsedijk is veel Rotterdamser dan bijvoorbeeld de Coolsingel. Die Coolsingel kan overal liggen, maar een dijk langs het water is pas echt Rotterdam. De Schiedamsedijk is een scharnier, een spil die de Coolsingel met de Erasmusbrug verbindt, met ‘De Rotterdam’ van Koolhaas en met Zuid. De Coolsingel van de nabije toekomst, in de vorm van een groene brede stadsboulevard met verblijfskwaliteit, wordt dan met de Schiedamsedijk als verbindend element doorgetrokken naar Zuid. Ik vind de Schiedamsedijk met z’n wederopbouwarchitectuur uit 1954 echt goed, op z’n hoogst kan er een rij bomen bij om de groene kwaliteit van de dijk te benadrukken. De leegstand van de winkels hier langs de Schiedamsedijk neemt gelukkig weer af. De zijde van de Leuvehaven kan veel beter, die kade moet veel groener en een betere looproute krijgen. En uiteraard de trambaan groen. De Schiedamsedijk kan als groene boulevard aan het water allure krijgen en daardoor meer bijdragen aan de identiteit van de stad.”

We spreken over het begrip ‘luwte’, een kernbegrip in de discussie binnen het vroegere Stadslab Baankwartier en nu binnen het Stadslab Cool-Zuid. Cool-Zuid is een luw woongebied tussen drukke straten. “Het gebied is inderdaad luw, een beetje een dorp tussen drukke verbindingswegen. ’s Avonds loopt er bijna niemand over de Schiedamsevest, een groot contrast met de Witte de Withstraat. Als je hier via de trappen van de Schiedamsedijk naar beneden loopt het Baankwartier in kom je direct in die luwte terecht en die houdt aan tot de Westersingel. Luwte als kwaliteit van het gebied moet behouden blijven, zelfs versterkt via vergroening, en dat is niet strijdig met hoogbouw. Ook met hoogbouw blijft het op straatniveau nog steeds leeg en rustig. We zijn toevallig een gebied waarin hoogbouw wordt gepland. Als ik de relatie met New York mag leggen dan zie je dat hoogbouw het luwe karakter van de buurt juist kan versterken. De essentie van de Rotterdamse binnenstad is hoogbouw en de essentie van Cool-Zuid: een oase van luw en groen nabij het hectische centrum. Ik pleit voor hoog èn groen, architectuur èn natuur. En dan zo mogelijk groen op meerdere niveaus, ook op de vele platte daken in de directe omgeving van de toekomstige hoogbouw. Misschien zelfs een openbaar park op niveau.

MEER GROEN. Zie ook ‘Het verhaal van de stad; hoe ziet Rotterdam eruit in 2037’, een verslag van ruim 9000 gesprekken die sinds januari van dit jaar zijn gevoerd met Rotterdammers over de toekomst van de stad. Daarin staat ‘meer groen’ als tweede prioriteit in de Top Tien van het wensenlijstje.

Als ik Wibo van Gennip vraag naar zijn ervaringen met het Stadslab Cool-Zuid stelt hij dat het stadslab er is om aan alle belangen recht te doen en dat ook voorbij de directe belangen van de buurtbewoners moet worden gekeken. “Zo’n luwe wijk vlakbij het centrum is essentieel voor de balans in de stad. En zo’n groene boulevard aan het water vormt voor toeristen, ook die van de cruiseschepen komen, een mooie entree tot de stad. Bezoekers in het algemeen hebben belang bij stukjes luwte in de stad, die willen niet alleen de drukte van de Coolsingel. Je moet je als stadslab rekenschap geven van alle belangen, je moet over de grenzen van het eigen gebied heen kunnen kijken en zien hoe onze buurt functioneert als deel van een groter geheel. Wij zijn deel van het Centrum. Het gaat èn om de bewoners èn om de ontwikkeling van de centrumfunctie in een wereldstad!

“Daarnaast vind ik het risico van een stadslab dat er teveel in beleidstermen wordt gesproken en dat schept afstand tot de bewoners. Ook het Stadslab Cool-Zuid zit vol met beleidsmakers en dat is een probleem: Voor de bewoners is het teveel beleidsdenken, te weinig praktisch. Het is een club voor praters, niet voor doeners. Ik benadruk de praktische kant, er moet ook wat gedaan worden, dat geeft energie. Ik heb me bewust op het verbeteren van die trappen aan de Schiedamsedijk gericht. Door die te verbeteren doe je daadwerkelijk iets, laat je iets zien, gebeurt er echt iets en ben je niet alleen bezig een ‘beleidscascade’ van woorden over bewoners uit te storten. Ik ben wel eens bang dat het Stadslab Cool-Zuid ‘de nieuwe kleren van de keizer’ dreigt te worden als het niets meer oplevert dan een mooi rapport vol beleidstermen over de gewenste toekomst. Op papier lijkt het mooi maar wat gebeurt er daadwerkelijk? Is het stadslab niet teveel een speeltje voor (beleids)professionals?”

“Zo’n stadslab is straks weer verdwenen maar de buurt en de bewoners blijven. Als de professionals verdwijnen moeten wij hier met elkaar door. De valkuil van een stadslab is het ontbreken van continuïteit en draagvlak. De buurt moet zich het gebied toe kunnen eigenen. Van wie is de buurt? Van jou!”

Tekst: Hugo Bongers
Foto’s: Jan Nass
Website van Wibo van Gennip: www.minder-stress.nl