Michelle Struick


“Wij willen een leuke school in een leuke wijk zijn” 

Interview met Michelle Struck, directeur van O.B.S. HET LANDJE 

“Kinderen van OBS Het Landje komen uit de hele stad”, zegt Michelle Struick, directeur van de school die in het hart van Cool-Zuid is gelegen. “Zo’n dertig tot veertig procent van de leerlingen komt uit de wijk zelf. De school heeft een goede naam in de stad en heeft een kunstzinnig karakter. Dat laatste is voor sommige ouders ook een goede reden om hun kinderen hier op school te doen. Daarnaast is de school aantrekkelijk voor ouders die in het centrum werken en die makkelijk hun kinderen voor en na het werk op school afleveren en in de naschoolse opvang oppikken. Toch is de leerlingenpopulatie van de school een dwarsdoorsnee van de Rotterdamse bevolking.”

Samen met de naburige Rotterdamse Schoolvereniging aan de Schiedamsesingel heeft OBS Het Landje meer dan duizend leerlingen. Als die gehaald en gebracht worden geeft dat op twee momenten van de dag veel verkeersdrukte. Ouders komen met de auto en er wordt ook dubbel geparkeerd. Op die momenten is er een veiligheidsprobleem. Dat heeft voortdurend de aandacht van de schoolleiding, maar het verkeersprobleem is mede een gevolg van het gedrag van een deel van de ouders zelf, meent de directeur. De school overlegt over de verkeersveiligheid met de gemeente, de wijkagent en het stadstoezicht. Voor de rest is het een veilige omgeving voor de kinderen. Het plein ’t Landje wordt niet als onveilig ervaren en de overblijfouders lopen altijd vooraf een rondje om eventuele rommel op te ruimen. In het algemeen wordt dus weinig overlast ervaren op deze toch vrij drukke centrumlocatie. “Er is wel geluidsoverlast van de ambulance- en brandweersirenes, die kunnen tijdens het lesgeven echt storend werken” zegt Michelle Struick. “Maar daar staan weer veel voordelen van deze plek in de binnenstad tegenover. We doen veel met de culturele instellingen in het centrum en we wandelen met de kinderen makkelijk naar TENT, Het Nieuwe Instituut en de Doelen. Dat past goed bij het kunstprofiel van onze school. We doen ook veel met fotografie en werken samen met de organisaties op en rond het plein zoals FC Zylyn en Thuis op Straat.”

Waarom neemt OBS Het Landje deel aan het Stadslab Cool-Zuid? Michelle Struick somt de argumenten op: “We zijn deel van de wijk dus onze belangen moeten zichtbaar en meegewogen worden. En we willen op tijd betrokken worden bij de ontwikkelingen in de wijk. Wij moeten het belang van de kinderen in de gaten houden en tegelijkertijd het grotere belang van de wijk. We moeten goede initiatieven ondersteunen ook als die voor andere groepen zijn bedoeld.”

“Als straks nieuwe woontorens om ons heen gebouwd worden heeft dat allerlei gevolgen. Allereerst tijdens de bouw zelf, de drukte en de risico’s van het bouwverkeer. Dat moet goed en veilig worden georganiseerd en daar willen we bij betrokken worden. Als de nieuwe bewoners er straks zijn zullen zij ook gebruik gaan maken van het plein. En ja, wonen in de buurt van scholen betekent ook spelende kinderen en dus geluid. Wonen  in het centrum van de stad vraagt een zekere mate van tolerantie van de verschillende groepen voor elkaar. Daaraan willen wij bijdragen en daarvoor is een goed contact met de buurt en de bewoners nodig. Die verbindingen met elkaar is het positieve aspect van het Stadslab. Ook het samen dingen doen. Zoals recent het opknappen van de trappen naar de Schiedamsedijk. Het samen dingen doen voor de wijk is belangrijk. Niet alleen door het opstellen van grote toekomstvisies, ook met kleine dingen kun je verbindingen leggen. Ouders zijn in het algemeen inzetbaar en informeel aanspreekbaar. Wij willen een leuke school zijn in een leuke wijk.”

Gaan de nieuwe woontorens nog invloed hebben op de schoolpopulatie? “Wij verwachten in eerste instantie niet veel nieuwe bewoners met jonge kinderen. Maar als de ouders eenmaal wel kinderen krijgen bestaat het risico dat ze na het krijgen van een of twee kinderen toch verhuizen naar wijken buiten de binnenstad en hun kinderen hier van school halen. Daar krijg je een vreemde opbouw van de school door. Het liefst hebben we natuurlijk dat kinderen hun hele ontwikkeling hier op school doormaken, dan hebben we een evenwichtige opbouw van de school. Ik vraag me overigens wel af of de gemeente een idee heeft wat het betekent, al die nieuwe woontorens in het centrum van Rotterdam. Als het aantrekkelijk wordt om met kinderen in dat centrum te gaan wonen, waar gaan al die nieuwe kinderen dan naar school? Wij zitten al bijna vol, nog twee groepen en dan zijn alle vijfentwintig lokalen van onze beide gebouwen helemaal vol. Leuk, dat wonen in de binnenstad, maar de kinderen moeten er wel naar school kunnen.”

Tekst: Hugo Bongers
Foto’s: Jan Nass