Joke Mulder


“Aandacht voor de gezondheid van bewoners moet in de plaats komen van aandacht voor het autoverkeer” 

Interview met Joke Mulder, bewoner van Cool-Zuid 

Joke Mulder woont sinds 1988 in het zelfde huis aan de Eendrachtstraat. Ze heeft de wijk sinds die tijd zien veranderen. Waarom ging ze in een buurt wonen die op dat moment niet al te goed bekend stond? “Ik woonde in Blijdorp en vond het daar grijs en grauw. Het Vroesepark was toen nog lang niet zo leuk als nu, het was een saai park. Terwijl mijn leeftijdgenoten uit de binnenstad wegvluchtten en naar bijvoorbeeld Blijdorp trokken maakte ik de omgekeerde beweging.

Alles wat mij interesseerde gebeurde toen in het centrum van de stad, daar wilde ik nu juist wel wonen. Wij kregen hier in de buurt kinderen, die gingen naar de RVS, de Rotterdamse Schoolvereniging hier vlakbij, samen met de kinderen van sommige andere buurtbewoners. Nee, de wijk was toen lang niet zo hip als nu maar we hebben er vanaf het begin goed gewoond.”

Joke Mulder woont in een oude, sfeervolle en unieke woning boven een voormalig theatertje. “Toen theatergroep Bonheur uit Arnhem naar Rotterdam kwam en hier in de oude gymzaal aan de Eendrachtstraat neerstreek was het de bedoeling dat de leider van Bonheur in de conciërgewoning boven de vroegere gymzaal zou gaan wonen. Maar die wilde liever niet boven haar werk wonen en toen hebben we van woning geruild. Zo kwam ik hier terecht.” Inmiddels is theatergroep Bonheur door gemeentelijke bezuinigingen gesneuveld, maar het pand heeft de culturele bestemming behouden: een grote fotostudio met daar omheen kantoren en studio’s van creatieve ondernemers.

Joke Mulder woont na al die jaren nog steeds naar haar zin. “Toen ik in deze wijk kwam wonen maakten enkele grote families er de dienst uit. Ik had geen last van hen. Ik bemoeide me niet met hen en zij niet met mij. De Witte de Withstraat was toen nog een rustige straat. Er zaten twee boekenzaken, een kruidenier, veel lokale ondernemers. Er wordt vaak beweerd dat het hier toen een soort Wilde Westen was en dat is onzin. Allerlei mensen en instanties gingen zich met de wijk bemoeien in een poging die te ‘verbeteren’. Raadsleden van de deelgemeente kwamen langs, er werd een wijkontwikkelingsmaatschappij voor de Witte de Withstraat opgericht. Opbouwwerker Ed de Meyer heeft een belangrijke rol gespeeld in de begeleiding van de transformatie die de wijk sinds eind jaren tachtig heeft doorgemaakt. Naast de sociale woningbouw die er nog steeds is kwam er particulier eigendom bij, want wooncorporatie Woonstad verkocht ook sociale woningen. Daardoor werden de bewoners ineens eigenaar en kregen verantwoordelijkheid voor hun eigen woning en ook kwam een ander soort mensen de wijk binnen, mensen die zich op een andere manier tot hun woning en woonomgeving verhielden. Woonstad heeft dat gestimuleerd en dat heeft tot andere verhoudingen in de wijk geleid. Er is nu een aardige en goede mix van bewoners van sociale woningen en privé-eigendom.”

“Horeca is overal toegenomen in de stad, niet alleen hier in de buurt. Maar hier is het wel extreem met 45 horecazaken en 15 kappers in één straat. Gelukkig heb ik goede contacten met omliggende horecazaken en kan ik bellen als de overlast te erg wordt. Veel overlast is met name ontstaan door het landelijke rookverbod in de horeca, daardoor staat iedereen nu op straat, zijn de terrassen steeds groter geworden. Hier en overal elders in de stad zie je dat parkeerplaatsen worden omgezet in terras. Die terrassen zijn het eigenlijke knelpunt in de horecaoverlast, ik vind dat er nu te veel van zijn. Soms is er geen doorkomen aan en moet ik via de rijweg naar de winkel lopen of m’n vuilnis wegbrengen. Rotterdam gaat wel erg makkelijk mee in de hype die op gang is gekomen door de hoge vermelding van de stad op de ranglijst van de Lonely Planet. Er wordt fors ingespeeld op de marketing van de stad. Er is veel minder aandacht voor de gezondheid van Rotterdammers. Dat vind ik niet goed, ik wil juist veel meer aandacht voor de gezondheid van de bewoners. Dat betekent voor Cool-Zuid bijvoorbeeld de vestiging van een huisarts, meer voorzieningen voor sport, spel, gezonde voeding en recreatie voor alle generaties.”

“Rotterdam is van oudsher een stad van veel autoverkeer en dat is een van mijn grote zorgen. Al lang is de Maastunnel een verbindingsweg in de Randstad van noord naar zuid en vice versa. We hebben met die tunnelroute een sterk vervuilende snelweg dwars door de stad. In het buitenland zijn veel steden autoluw, je zou dat ook voor Rotterdam moeten overwegen. Autoverkeer moet om de binnenstad heen geleid worden, we moeten met z’n allen meer fietsen en lopen. Jawel, ik heb ook een auto en een bewonersparkeervergunning en ook ik erger me aan afsluitingen en omleidingen. Maar in de binnenstad kan ik lopen en fietsen. Het dichtslibben van de wijk en het parkeren op uitgaansavonden is niet goed voor de bewoners hier. Misschien is het wenselijk, zoals in andere steden wel het geval is, als dat parkeren in de binnenstad alleen voor bewoners met een parkeervergunning geldt. Ik ben voor de komst van de woontorens, er komen zo meer bewoners in Cool-Zuid bij en dat versterkt op een positieve manier de woonfunctie van de buurt. Maar als die bewoners ook auto’s hebben vergroot dat de parkeerdruk in de wijk, dat is een risico. Parkeergarages onder of naast de woontorens zouden een oplossing voor de huidige bewoners zijn. Door de komst van de woontorens moet de buurt ook groener worden, het plein ’t Landje dat nu nog door kinderen en jongeren wordt gebruikt moet straks ook voor ouderen geschikt worden. Aandacht voor de gezondheid van bewoners moet in de plaats komen van aandacht voor het autoverkeer.”

“Het Stadslab Cool-Zuid vind ik nuttig. Ik hoop dat het Stadslabs iets permanents oplevert, een blijvende organisatie waarbinnen we over het welzijn van de buurt kunnen praten. Er moet een sterkere sociale functie in de wijk bijkomen. Er zijn hier weinig bewoners als vrijwilliger actief, er is weinig kader. Ik hoop dat de woontorens in de plint een sociale functie krijgen voor de wijk. Bijvoorbeeld yoga-studio’s die bijdragen aan het sociale klimaat van de wijk, niet weer al die horeca. Het Stadslab Cool-Zuid moet niet alleen een toekomstbeeld voor de wijk schetsen, maar ook een sociale functie hebben, een permanente ontmoetingsplek voor de bewoner opleveren. Daar zou ook de gemeente veel mee opschieten. De leden van de Gebiedscommissie laten zich teveel leiden door de gemeentelijke agenda. Die leden zijn afkomstig uit politieke partijen, die mogen wat geld besteden maar ik heb ze nog niet echt zien verbinden; ze zijn te veel bezig met het uitvoeren van gemeentelijk beleid. Ik wil dat het stadslab een organisatie achterlaat die blijft verbinden, die er voor zorgt dat alle betrokkenen in de wijk met elkaar in gesprek blijven.”

Tekst: Hugo Bongers
Foto’s: Jan Nass