Janpier Brands


“Het wordt gewaardeerd als je als culturele instelling interesse hebt voor je omgeving” 

Interview met Janpier Brands, directeur van WORM 

Hij is pas sinds 1 februari van dit jaar directeur van WORM maar deed al vanaf zijn eerste drukke inwerkweken mee aan het Stadslab Cool-Zuid. Janpier Brands komt uit Friesland waar hij zich nu nog ieder weekend bij het gezin vervoegd (deze maand verhuist het hele gezin naar Rotterdam), maar door de week verkende hij niet alleen de WORM-organisatie maar ook de omgeving.

“Ik vind het belangrijk om de wijk te leren kennen”, zegt Janpier Brands. “We zitten hier in Cool-Zuid, we hebben met onze buren te maken, we verhouden ons tot onze omgeving. Primair tot de andere culturele instellingen en de horeca in de Witte de Withstraat, maar ook tot de bewoners en organisaties er omheen. Daar komt bij: Wij zijn een publieke instelling, gefinancierd met publieke middelen. We moeten onszelf dus altijd de vraag stellen wat we Rotterdammers te bieden hebben, Rotterdammers geïnteresseerd in counterculture. Daarnaast hebben we een gebouw dat overdag minder intensief wordt gebruikt. Wellicht kan de wijk er overdag iets mee? We stellen ons dus de vraag wat we aan onze directe omgeving kunnen toevoegen.”

“Ik vind Cool-Zuid een interessante en diverse wijk. Hier in de Witte de Withstraat met z’n kunst en horeca. Aan de randen van de wijk bedrijvigheid, binnen de wijk zelf het wonen. Daar komen straks de woontorens bij. Je ziet in Cool-Zuid heel verschillende gebieden. Dat er in een druk centrum van een stad straten zijn als de Boomgaardstraat, de Eendrachtstraat en de Kortenaerstraat, met zijn woonfunctie en kleinschalige bedrijvigheid vind ik erg bijzonder. Het is de moeite waard dat karakter te beschermen. Ik merk dat het gewaardeerd wordt als een culturele instelling interesse heeft voor de eigen omgeving. Ik heb leuke mensen ontmoet tijdens mijn contacten met de wijk. Mensen die hier al vijf generaties wonen, voor hen is Cool een deel van hun identiteit geworden. Ik ontmoette mensen die met muziek bezig zijn, we bekijken of we als WORM iets voor ze kunnen betekenen. Met OBS Het Landje gaan we onderzoeken of we overdag educatieve activiteiten in ons pand kunnen aanbieden, ik wil een lage drempel voor scholieren hebben.”

Ik vraag Janpier Brands naar zijn ideeën over de relatie tussen horeca en bewoners in Cool-Zuid. WORM is immers niet alleen een podium voor avantgardistische kunstvormen met inmiddels drie ingangen aan de Boomgaardstraat, maar heeft ook horeca onder de naam #Wunderbar met een druk terras aan de Witte de Withstraat. “Natuurlijk moeten wij ons ook afvragen welke rol wij mogelijkerwijs spelen in overlast die bewoners ervaren van de horeca in de straat. Voor mijn gevoel is horecaoverlast hier vooral een kwestie van goed aanwijsbare knelpunten en incidenten. Bijvoorbeeld rokers die tot ver voorbij middernacht op de stoep staan te praten. Terrassen die zo volgebouwd worden dat mensen er niet meer doorheen kunnen lopen. Terrassen die zo zijn gesitueerd dat automobilisten en fietsers vanuit de zijstraten niet meer kunnen zien hoe ze veilig de Witte de Withstraat kunnen oversteken. En bij bepaalde grote evenementen groepen bezoekers die echt overlast veroorzaken en dat zijn in de regel niet de reguliere bezoekers van de straat.”

“Ik merk in mijn contacten met bewoners dat die niet de horecaondernemers in de weg wil staan. Maar ze willen wel over de stoep kunnen lopen, veilig met fiets en auto het eigen huis kunnen bereiken, geen urinesporen in de portiek willen aantreffen. Wij als WORM moeten in die dynamiek meebewegen, we moeten onszelf zien als een plek die moet bijdragen aan het oplossen van de problemen. We zorgen er ten minste voor dat er altijd iemand in WORM bereikbaar is die bij klachten aangesproken kan worden, ook midden in de nacht, en die ze kan oplossen.”

“Het goede van een Stadslab is dat het bijeenkomsten organiseert los van concrete problemen en projecten, los van lopende zaken. Gewoon met elkaar praten over de toekomst van de wijk, dat is waardevol. Maar niet iedereen is vaardig in het voeren van het soort gesprekken dat we in het Stadslab hebben. Ik bepleit verschillende vormen van dialoog, dus ook met en tussen mensen die verbaal minder vaardig zijn. Er zijn veel creatieve manieren om met elkaar in dialoog te treden. Er zijn verschillen tussen mensen, maak dat zichtbaar. Het is daarom een goed idee om het Stadslab in verschillende gebouwen in de wijk te organiseren. Ik mis wel bepaalde groepen ondanks de diversiteit van het Stadslab. Weet je bijvoorbeeld hoeveel kapperszaken er hier niet in de wijk zitten? Maar die kappers zie je nog niet in het Stadslab.”

Tekst: Hugo Bongers
Foto’s: Jan Nass