Ine Jans


“Een stadslab zet een gebied op de kaart en verbindt mensen met elkaar” 

Interview met Ine Jans, projectmanager bij Stadsontwikkeling Rotterdam voor de wijk Cool 

“Mijn eerste echte kennismaking met Cool-Zuid was zeven jaar geleden tijdens het festival De Wereld van Witte de With. Daar vertelden bewoners me dat er in Cool-Zuid een tolerante sfeer heerst, ook naar groepen mensen toe die elders niet welkom waren. In Cool-Zuid was er opvang van drugsverslaafden en zwervers en de mensen die ik sprak waren bang dat die groepen straks niet meer welkom zouden zijn als er andere bewoners in de nieuw te bouwen woontorens zouden komen. Dat vond ik erg opvallend en ook erg positief, die tolerantie voor moeilijke groepen in de wijk. Dat kenmerkt denk ik Cool-Zuid goed, die sfeer van onderlinge acceptatie.”

“Toen ik zeven jaar geleden professioneel bij het Baankwartier betrokken raakte gebeurde er eigenlijk niet veel in de buurt. Ik werkte oorspronkelijk bij het Grondbedrijf van de gemeente Rotterdam dat later Ontwikkelingsbedrijf heette en nu onderdeel is van Stadsontwikkeling. Vanaf 1990 was ik voor het Grondbedrijf nauw betrokken bij de ontwikkeling van Nesselande en dat heb twintig jaar lang gedaan, heel intensief, ik ken iedere steen die daar is neergelegd. Zo’n zeven jaar geleden kreeg ik Cool erbij en omdat het toen rustig was kon ik die binnenstadswijk wel met mijn inzet voor Nesselande combineren. Nu ben ik volledig met Cool bezig, want er gebeurt veel.”

“In mijn beleving is Cool-Zuid een leuke en rustige buurt. Overdag levendig, ’s avonds rustiger. Buiten de drukke straten rondom de wijk is het gebied vrij onbekend, ik merk dat aan mijn collega’s die Cool-Zuid eigenlijk niet kennen. Het is in Cool-Zuid aangenaam en rustig wonen en dat gaat denk ik de komende jaren niet veranderen. Natuurlijk hebben de nieuwe woontorens invloed, maar vergis je niet, de invloed van torens op de skyline van de stad is niet hetzelfde als het effect op straatniveau. Ik vergelijk het wel met de Red Apple, een woontoren op het Wijnhaveneiland die erg herkenbaar is in de skyline van de stad. Vanaf iedere plek zie je de Red Apple staan. Maar als je me vraagt hoe die toren er op straatniveau uitziet, wat daar eigenlijk gebeurt, ik heb geen idee. Zo zal het ook in Cool-Zuid gaan: De woontorens gaan met elkaar de skyline van Rotterdam beïnvloeden, die hoogbouw krijgt invloed op de uitstraling van de stad maar dat zegt niet veel over de beleving op straatniveau. Ik hoop zelf dat de woontorens in Cool-Zuid gaan bijdragen aan het handhaven van het rustige en prettige woonklimaat van de wijk. Ik merk ook geen grote tegenstand tegen de woontorens, de mensen in Cool-Zuid hadden vooral last van de onzekerheid die jaren heerste.”

“Ik ben positief over het Stadslab Cool-Zuid. Als je vanuit de gemeente contact wil hebben met mensen uit de wijk dan is het Stadslab daar nuttig voor. Je krijgt veel informatie, je hoort veel directe verhalen uit de wijk. Jammer dat het lastig is voor de gebiedsnetwerkers om aanwezig te zijn bij de bijeenkomsten van het stadslab want eigenlijk is zo’n stadslab een cadeautje voor de medewerkers van de gemeente die in dit gebied werkzaam zijn. Voor mij in mijn functie als ambtenaar van de gemeente is een stadslab prettig. Ik ben er te gast, ik hoef het proces niet zelf te organiseren. Ik heb daardoor meer vrijheid. Natuurlijk moet ik ook af en toe de neiging onderdrukken om me met van alles te bemoeien, ik moet mijn mond wel eens houden ook al heb ik op onderdelen meer informatie omdat ik van nabij weet wat er speelt. Maar als je te snel overal informatie over geeft onderdruk je ook het creatieve proces in een stadslab. Ik vind dat nu juist wel belangrijk: Er komt door die creativiteit in een stadslab energie vrij, die energie wordt op een bepaald onderwerp gericht en we gaan met z’n allen kijken wat er toch mogelijk is om dat onderwerp op te pakken.”

“Ook is het jammer dat er niet zoveel bewoners deelnemen aan het stadslab. Toen ik hier bij de buurt betrokken raakte was er geen bewonersorganisatie en die is er ook op dit moment nog niet. Gelukkig is er wel veel deelname en energie van andere betrokkenen uit de wijk. Ik begrijp het wel: Voor bewoners is een stadslab een lastig iets, het gaat in een stadslab om het proces, om het bewegen. Dat zoekende en tastende is voor bewoners meestal niet concreet genoeg. Maar dat die energie vrijkomt en dat er allerlei lijntjes tussen mensen worden gelegd, dat vind ik de waarde van het Stadslab Cool-Zuid, eigenlijk meer dan het verhaal over de toekomst van de wijk.”

“Het is een lastige vraag: Waar wil je met het Stadslab naar toe? Gaat het er alleen om een verhaal over de toekomst van de wijk te schrijven? Ik vind het belangrijkste dat in een wijk actief aandacht ontstaat voor allerlei zaken en dat je met elkaar gaat kijken hoe je die zaken kunt aanpakken. Een stadslab genereert aandacht. Aandacht schept mogelijkheden om zaken aan te pakken en situaties te veranderen. Een stadslab zet een gebied op de kaart, verbindt mensen met elkaar, bundelt de energie van losse individuen en incidentele acties. Dat is van belang, juist ook voor de periode na het Stadslab als de mensen elkaar opnieuw op eigen kracht moeten zien te vinden.”

Tekst: Hugo Bongers
Foto’s: Jan Nass